Je bent hier:

Camera’s in je praktijk.

 

De rechtmatigheid van cameratoezicht.

De navolgende casus werd door een lid voorgelegd toen zij haar praktijkruimte inwisselde voor een andere. De nieuwe praktijkruimte voldeed aan de kwaliteitseisen. De praktijkruimte was gelegen in een gebouw van een openbare voorziening en had bewakingssysteem door middel van camerabewaking. Ook in haar praktijkruimte was een dergelijke camera geplaatst en verbonden met een centrale digitale opslag en controlekamer. De opnames van de bezoekers werden meerdere dagen bewaard om bij eventuele calamiteiten gebruikt te worden.

 

Vraag:

De vraag van het lid was op welke manier zij met de nieuwe situatie om moet gaan.

 

Antwoord:

We zullen proberen chronologisch handreikingen te geven voor omgang met dergelijke situaties. Uit de casus blijkt dat de nieuwe praktijkruimte zich binnen een instelling gericht op maatschappelijke dienstverlening bevindt. Dit soort instellingen hebben doorgaans een beveiligingssysteem, vaak door middel van camerabewaking. Bepalend zijn de doelenstellingen waarop het systeem is gericht. Dit kan bijvoorbeeld gericht zijn op inbraakbeveiliging maar soms ook op de veiligheid van hulpverleners (Denk aan instellingen die met geweld in aanraking komen). Als in jouw ruimte een camera is geplaatst is het belangrijk om na te vragen waarom dit systeem is aangebracht. Daarnaast is het ook belangrijk om na te vragen wie de vergunning heeft afgegeven voor de camera’s in openbare gebouwen.

 

Toestemming

Het is belangrijk dat iedereen die kan worden gefilmd ingelicht wordt over het gebruik van camera’s. Dit kunnen cliënten, zorgverleners, cliënten of ook gewone bezoekers zijn. Door betrokkenen te informeren, worden ze in staat gesteld om hun rechten uit te oefenen, zoals het recht op inzage of bezwaar tegen het gebruik van de camera. Het inlichten kun je bijvoorbeeld doen door een informatiebord bij de ingang, maar ook andere manieren zijn mogelijk.

 

Mogelijkheden

De volgende mogelijkheden kunnen van toepassing zijn:

Als de vergunning is afgegeven en het systeem zich richt op inbraakpreventie, kun je zonder meer de camera tijdens gebruik van de ruimte afdekken. Uiteraard na gebruik van de ruimte weer vrijmaken om het systeem te activeren. Wel de instelling (liefst schriftelijk) informeren dat je tijdelijk  (tijdens werkzaamheden) de camera afdekt. Op deze manier borg je de geheimhouding en privacy van de cliënten.

Als er wel een vergunning is afgegeven, moet je toestemming vragen (liefst schriftelijk) dat tijdens het gebruik van de ruimte de camera uitgezet of afgedekt kan of moet worden om de privacy van cliënten te borgen. Je doorbreekt namelijk de vergunningsvoorwaarden  van de instelling of organisatie( en daarmee ook de redenen voor plaatsing) en daarvoor is toestemming van de vergunninghouder nodig. De richtlijnen van de AVG en beroepscode binnen onze beroepsactiviteiten laten geen camera toe (geheimhouding en privacybescherming) , tenzij dit absoluut noodzakelijk is voor de begeleiding of veiligheid. Cameratoezicht moet altijd voortijds aan de cliënten worden meegedeeld.

 

Als de instelling niet meewerkt zijn er 3 mogelijkheden:

  • Je zoekt een andere plek binnen de instelling voor de praktijkhouding  waar geen cameratoezicht is,
  • of je maakt aan de cliënten duidelijk dat er voor een bepaald doel cameratoezicht is binnen de ruimte waar het gesprek plaatsvindt. Geef dit ook aan op jouw website. In het cliëntencontact dien je ook een passage aan te vullen waar toestemming wordt gegeven voor het cameratoezicht .
  • Als voorgaande niet mogelijk is, lijkt de beste keuze om een andere praktijkruimte te zoeken.

 

Tot slot is het goed om nog even te kijken naar wat de  AVG hierover zegt.

Er zijn zeven belangrijke aandachtspunten voor camerabewaking volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die je moet kennen:

  1. Minimale Inbreuk op Privacy
    Zorg ervoor dat de privacy van cliënten, bezoekers en medewerkers zo min mogelijk wordt aangetast. Het plaatsen van camera’s in behandelruimtes of toiletten is niet toegestaan, omdat dit kan leiden tot situaties waarin mensen ontkleed in beeld komen.
  2. Gerechtvaardigd Belang
    Cameratoezicht in je praktijk moet een gerechtvaardigd belang hebben, zoals het voorkomen van diefstal of het waarborgen van de veiligheid van cliënten, bezoekers en personeel.
  3. Noodzaak Vaststellen
    Cameratoezicht is alleen toegestaan als het absoluut noodzakelijk is. Dit betekent dat de praktijk eerst moet vaststellen dat er geen alternatieve, minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken. Het cameratoezicht moet bovendien onderdeel zijn van een uitgebreider pakket aan veiligheidsmaatregelen.
  4. Uitvoeren van een Privacytoets
    Voordat camera’s worden geplaatst, moet de praktijk een privacytoets uitvoeren, waarbij de belangen van cliënten, bezoekers en personeel worden afgewogen tegen het eigen belang.
  5. Informatie aan Aanwezigen
    De praktijk moet cliënten, bezoekers en medewerkers informeren over het cameratoezicht en het doel ervan. Dit kan bijvoorbeeld door het ophangen van informatieborden.
  6. Rechten van Betrokkenen
    De AVG biedt betrokkenen bepaalde privacyrechten, waaronder:

    • Het recht om camerabeelden in te zien
    • Het recht om vergeten te worden
    • Het recht op beperking van de verwerking
    • Het recht om bezwaar te maken tegen het gebruik van persoonsgegevens
  7. Bewaartermijn van Maximaal 4 Weken
    Camerabeelden mogen niet langer worden bewaard dan nodig is, met een richtlijn van maximaal 4 weken. In het geval van een incident, zoals diefstal, mogen de betreffende beelden bewaard worden totdat het incident is opgelost.

 

Meer info over cameratoezicht vindt je op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens

 

Deel dit bericht

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email
WhatsApp