Ontdek het goud in de ander: de kunst van motiverende gespreksvoering
Voor sociaal werkers is motiverende gespreksvoering een krachtig instrument, waarmee je de innerlijke motivatie van je cliënt kan blootleggen. Deze methodiek vereist meer dan alleen technische vaardigheden; het vraagt om een diepgaande verandering in je professionele grondhouding. In dit artikel laat expert Corine Vernooij je de kansen en valkuilen zien van motiverende gespreksvoering.
Motiverende gespreksvoering is een methodiek om de kiem van motivatie – die in iedereen zit – naar boven te halen en krachtiger te maken. Als professional doe je dit gidsend, niet sturend of adviserend. Die balans tussen gidsend en adviserend kan lastig zijn, zeker als je cliënt gesloten is als een oester. Je kunt dan zo gemotiveerd zijn om je cliënt te helpen, dat je in de reparatiereflex schiet. Of misschien raak je gefrustreerd omdat de cliënt niet lijkt te willen veranderen. Hoe kom je daaruit?
Grondhouding bij motiverende gespreksvoering
In dit artikel verkennen we enkele valkuilen en kansen van motiverende gespreksvoering. Dat doen we samen met Corine Vernooij. Zij is trainer motiverende gespreksvoering, supervisor, intervisiebegeleider en coach en heeft haar eigen bedrijf Mens en Motivatie.
Corine: ‘Motiverende gespreksvoering is niet alleen een respectvolle technische methode om iemands motivatie om te veranderen te achterhalen. Het vraagt ook om een verandering in grondhouding van de professional.’
Wat is dan een goede grondhouding? Volgens Corine draait het om 3 dingen: ‘Je accepteert dat jij de ander niet kunt veranderen/het probleem niet kunt oplossen. Je werkt samen met de cliënt om op zoek te gaan naar de redenen waarom iemand wil veranderen. En zoekt samen naar wat de cliënt zelf in huis heeft om te veranderen. Je benadert de ander met compassie.’
De 5 valkuilen bij motiverende gespreksvoering
Als de grondhouding niet juist is, omdat je als professional bijvoorbeeld niet lekker in je vel zit of omdat je niet overtuigd bent van de expertise van de cliënt, kan het gebeuren dat je in een valkuil belandt. Het gesprek is dan vaak niet duurzaam en vermoeiend. Dat willen we voorkomen.
1. De Reparatie-reflex
Corine: ‘Een van de grootste valkuilen in de zorg- en welzijnssector is dat hulpverleners te snel denken: ik weet waar dit probleem over gaat. Dit is er aan de hand, en zo kan ik helpen/het repareren. Maar dit kan de autonomie van de cliënt ondermijnen, waardoor de cliënt passief wordt of zich niet begrepen voelt.’
‘Als dit bij jou gebeurt en je bent je er bewust van, dan is het belangrijkste wat je kunt doen: je grondhouding aanpassen (zoals net al even aangestipt)’, zegt Corine. ‘Bedenk dat jij in gesprek gaat met iemand die zelf de oplossing heeft. Je gaat op zoek, samen met de cliënt, naar wat diegene in huis heeft. Wat wil de cliënt zelf veranderen en hoe denkt hij dat dat moet?’
Vragen die je kunt stellen om uit de reparatiereflex te stappen:
- “Wat brengt je hier vandaag?”
- “Hoe zie jij je situatie op dit moment?”
- “Wat hoop je te bereiken?”
- “Kun je me vertellen wat je overweegt te veranderen?”
- “Wat zijn de voordelen van verandering voor jou?”
2. Snel denken dat iemand niet wil veranderen
Een valkuil kan ook zijn om te snel te oordelen dat iemand niet wil veranderen. Corine: ‘De meeste mensen met een probleem willen wel veranderen, maar vinden dat ontzettend moeilijk en werpen daarom allerlei belemmeringen op. Iemand roept bijvoorbeeld: “ Ja, ik weet wel dat het beter is als ik stop met drinken, maar jullie hebben makkelijk praten, want jullie zitten niet in mijn situatie.” Of: “Ik weet wel dat ik moet stoppen met roken, maar daarvan krijg ik meer stress en dan ga ik eten en dan kom ik aan en dat is ook niet gezond.”
Corine: ‘In deze uitspraken zit ambivalentie: behoudtaal en verandertaal. Dat is heel normaal bij verandering. Mensen willen veranderen, maar ervaren een dubbel gevoel. Een reflex van veel hulpverleners is te focussen op die behoudtaal van de cliënt. En te reageren: ‘Hoe kunnen we je helpen om op een andere manier met die stress om te gaan? Hoe kunnen we je helpen bij het feit dat het niet lukt om te stoppen met drinken?’
Bij motiverende gespreksvoering focus je juist op elke strohalm aan verandertaal die de cliënten je biedt, zegt Corine. ‘“Goh, je bent er blijkbaar mee bezig. Vertel eens, waarom zou je nu willen stoppen met drinken? Ik zeg niet dat het moet, maar wat zou het jou opleveren als je stopt met drinken?” Het kan ook helpen om te focussen op de tussenzinnetjes die de cliënt laat vallen, bijvoorbeeld: “Ik zie mijn kinderen bijna nooit en dan voel ik me zo eenzaam dat ik ga drinken.”
Hierin zit een verlangen verstopt, dat je kunt versterken: “Je zegt dat je je kinderen te weinig ziet, je hebt blijkbaar het verlangen om er meer voor hen te zijn/je wilt een goede ouder zijn. Vertel: is familie een belangrijke waarde voor jou? Of: Welke rol spelen je kinderen in je leven, en waarom vind je het belangrijk om tijd aan hen te besteden?”’
Vraag jezelf af als sociaal werker: ben je geneigd om linksaf te slaan of rechtsaf? Dus als je cliënt zegt: ik weet dat het moet, maar het lukt me niet. Ben jij dan geneigd om in te gaan op het probleem dat opgeworpen wordt, door te vragen: waarom lukt het je niet en hoe kan ik je erbij helpen? Of ga je rechtsaf: Vertel eens, als het zou lukken, wat zou er dan anders zijn? Hoe gaat je leven eruitzien? Waarom vind je dat zo belangrijk? Als je deze laatste vragen stelt wakker je motivatie aan, in plaats van in de oplossingsreflex te duiken, zegt Corine.
Vragen die je kunt stellen om uit deze valkuil te stappen:
- “Het lijkt erop dat je gemengde gevoelens hebt over dit probleem. Kun je me daar meer over vertellen?”
- “Wat zijn de redenen waarom je zou willen veranderen?”
- “En wat zijn enkele redenen waarom je het niet zou willen veranderen?”
- “Ik hoor je zeggen dat je wilt veranderen. Wat maakt dat je dat wilt doen?”
3. De expert-valkuil
Corine: ‘Het stellen van directe vragen zoals “Wat kan ik voor u doen?” kan de cliënt in een passieve positie plaatsen. Die vraag impliceert namelijk dat jij de expert bent en het kunt oplossen. Motiverende gespreksvoering vraagt om een meer collaboratieve benadering waarbij je samen met de cliënt onderzoekt wat ze willen bereiken. Je kunt beter vragen: “Wat is de reden van dit gesprek voor u?” En soms zijn ze dan een beetje nors, van ja van mij hoefde het niet. Dan kun je teruggeven: Oké, voor u was het niet nodig, goed dat u er toch tijd voor heeft vrijgemaakt. Of je kunt zeggen: Oké, het hoefde niet voor u, maar we zitten hier nu toch, wat zou voor u fijn zijn om te bespreken, zodat u er wel iets aan heeft?’
Vragen die je kunt stellen om uit deze valkuil te stappen:
- “Kun je enkele concrete stappen bedenken om richting je doelen te bewegen?”
- “Welke hulpbronnen of ondersteuning denk je nodig te hebben om deze veranderingen te realiseren?”
- “Wat zou je met mij willen bespreken?
4. Etiketten opplakken
Het labelen van mensen kan je blik op de situatie vernauwen. Corine: ‘Het is belangrijk om iemands kwaliteiten en veranderingsbereidheid te zien, zelfs in ogenschijnlijk hopeloze situaties. Diagnoses zijn soms nodig, maar als je iemand ziet als probleemdrinker, dan zie je misschien niet dat iemand ook heel graag het beste wil voor zijn gezin. Het gevaar van labelen is dat je iemand vastzet en dat je daardoor niet dat zaadje ziet bij iemand. Belangrijker is om een goede relatie op te bouwen met de cliënt. Dat kan helpen om het ‘goud’ in hen beter te zien. Als ze zich op hun gemak voelen bij jou, zullen ze meer van zichzelf laten zien.’
Vragen die je kunt stellen om uit deze valkuil te stappen:
- “Wat is voor jou belangrijk in het leven?”
- “Hoe zou verandering passen bij wat je echt wilt?”
- “Hoe ziet jouw ideale situatie eruit?”
- “Welke rol speelt werk/familie/geloof in je leven, en waarom is het belangrijk om daar tijd aan te besteden?”
5. Frustratie van de hulpverlener
Hulpverleners kunnen gefrustreerd raken als ze merken dat hun cliënten niet veranderen zoals ze hadden gehoopt. Deze frustratie kan de houding beïnvloeden en leiden tot een gebrek aan gelijkwaardigheid in het gesprek. Corine: ‘Het is begrijpelijk dat je gefrustreerd raakt als je cliënt maar in oude patronen blijven hangen. Je wordt sociaal werker omdat je wilt dat het goed gaat en omdat je mensen wilt helpen. Hoe meer je jezelf overgeeft aan het idee dat jouw cliënt de expert is over zijn eigen leven, hoe meer je ‘achterover kunt gaan hangen’.
‘Dat betekent niet dat je niks doet, want je luistert supergoed, maar je luistert anders: je luistert naar de wensen en verlangens van mensen, redenen dat mensen iets willen veranderen. Die probeer je met jouw gespreksvoering naar boven te krijgen. Dat is iets anders dan iets willen oplossen. Die andere houding kan je werkplezier vergroten. Die druk die jij voelt om het op te lossen, ligt dan niet op jouw schouders, maar op de schouders van je cliënt. Want je kunt het ook niet oplossen. Je kunt alleen een gelijkwaardige gesprekspartner zijn.’
Motiverende gespreksvoering onder de knie
Het duurt minstens 10 jaar om motiverende gespreksvoering goed onder de knie te krijgen, zegt Bill Miller, een van de grondleggers van motiverende gespreksvoering, maar elk klein stapje kan al helpen. Corine beaamt dat. Het kostte haar ook tijd om zich te ontwikkelen tot een motiverende gespreksvoerder: ‘Het is best complex. Het vraagt veel zelfreflectie en bewustwording van hoe je communiceert. Je moet jezelf aanleren om te focussen op het goud in de ander of in een situatie. Zelfs als je rotgesprek hebt, kun je jezelf afvragen: wat is er mooi/goed/constructief in deze situatie?’
Het goud zien in de ander
‘Een leuke oefening waar ik veel van geleerd heb is het dagelijks (aan het einde van de dag) opschrijven welke bevestiging of bekrachtiging ik een ander heb gegeven en welke bevestiging ik zelf kreeg. Als je op zoek gaat naar waarin je iemand kunt bevestigen, krijg je meer oog voor de intentie van de ander, ook als de situatie nog zo hopeloos is. Misschien wordt er nooit gezegd tegen iemand die in de schulden zit dat zij een goede moeder is. Als jij dat wél zegt, zie je iemand een beetje groeien. En het helpt ook om op te schrijven welke bevestiging je zelf hebt gehad. Als je zelf ervaart dat iemand het goud in jou ziet, dan wil je een ander dat ook geven.’
Bron: Zorg en Welzijn
- Ellen

